
Wetenschappelijke
naam / soorten
Voor vijvers worden verschillende soorten uit het geslacht Acipenser
verkocht. Normaal gesproken zijn vier soorten in de handel: sterlet (A.
ruthenus), diamantsteur (A. gueldenstaedtii),
Siberische steur (A. baerii) en spitssnuitsteur (A.
stellatus). Een enkele keer
worden ook andere soorten verkocht zoals Adriatische steur (Acipenser
naccari), witte steur (Acipenser transmontanus)
en breedneussteur (Scaphirynchus platorynchus).
De verzorging van deze soorten is in grote lijnen gelijk aan de
bovengenoemde, maar de volwassen afmeting is erg verschillend.
De lepelsteur (Polyodon
spathula) wijkt in leefwijze erg af van andere
steursoorten. Deze soort is niet geschikt voor tuinvijvers.
Regio van
oorsprong
Van nature komen steuren voor in rivieren op het noordelijk halfrond.
Veel soorten trekken naar zee om op te groeien. Eenmaal volwassen keren
ze terug naar hun geboorterivier om eieren te leggen, net als zalmen.
De soorten die worden verkocht voor tuinvijvers zijn afkomstig uit de
Donau en uit de voormalige Sovjet Unie.
Volwassen afmeting
Verschilt per soort. De meeste soorten worden 100-150 cm lang. De
kleinste soort in de handel is de sterlet, die normaal gesproken 50-70
cm lang wordt.
Voedsel
In het wild eten steuren vooral slakken en mosselen. Deze vinden ze op
de tast. Grotere steuren graven ook zoetwatermossels uit de waterbodem
op. Daarnaast eten ze zoetwaterkreeften en (dode) vis. Jonge steur eet
ook veel waterinsekten, zoals muggelarven. Er is speciaal voer in de
handel wat is aangepast aan de grote energiebehoefte van steuren. Steur
eet van nature van de bodem en kan niet van het wateroppervlak eten,
zoals andere vissen. Steurvoer zinkt dan ook naar de bodem. Kleine
steur van minder dan 20 cm moet iedere 2 tot 3 uur voedsel hebben, dag
en nacht. Dit maakt dat kleine steuren moeilijk in leven te houden
zijn.
Steuren
vinden hun voedsel op de geur en op de tast. Hierdoor andere vissen ze
vaak te snel af. Het is mogelijk om steuren te leren uit de hand te
eten. De eerste stap hiervoor is om op vaste tijdstippen op een vaste
plaats te voeren. Wanneer ze eenmaal gewent zijn om op deze vaste
plaats te eten houdt U voorzichtig Uw hand in het water. Door Uw hand
langzaam te bewegen wennen de steuren aan de aanwezigheid van Uw hand.
De volgende stap is een open hand met voedsel erop op de normale
voerplaats te houden. Uiteraard is hiervoor veel geduld nodig! Om te
voorkomen dat andere vissoorten het steurvoer opeten kunt U ze met de
hand weghouden. Ook kunt U andere vissen voorzichtig 'wegduwen' met
bijvoorbeeld de rand van een schepnet.
Zichtbaarheid
in vijvers
Doordat ze zich ophouden bij de bodem en donker gekleurd zijn, zijn
steuren in normale vijvers minder goed zichtbaar. Door hun lichte kleur
zijn albino-sterlets wel goed zichtbaar.
Minimumaantal
Steuren leven solitair en trekken zich nauwelijks wat aan van andere
steuren. Daarom kan ook een enkel exemplaar worden gehouden.
geschiktheid
voor tuinvijvers
Afmeting
van een 'steurvijver'
Steuren zijn gespecialiseerde vissen die van nature in grote rivieren
en in zee leven. Ze hebben een grote bewegingsdrang, eigenlijk zijn ze
altijd 'onderweg'. Dit uit zich ook in tuinvijvers, waar ze constant
doorzwemmen. Hierom hebben steuren veel ruimte nodig. Een algemeen
advies is dat de grootste lengte van een tuinvijver minimaal 10 maal de
volwassen lichaamslengte van de grootste steursoort moet zijn. Een
vijver met sterlets (de kleinste soort) zou dan zo'n 6 meter lang
moeten zijn terwijl Siberische steuren een vijver van zo'n 14 meter
nodig hebben.
In
een te kleine vijver stoten steuren telkens met hun neus tegen de
randen van de vijver. Hierdoor krijgen ze witte littekens op hun neus.
Watersamenstelling
en waterkwaliteit
Steuren worden in rivieren geboren, in zoet water dus. Veel steuren
trekken naar zee om op te groeien. Sommige steuren blijven echter hun
hele leven in zoet water. Dit geld voor alle sterlets, maar ook voor
sommige Siberische en diamantsteuren. De consequentie hiervan is dat
steuren in gevangenschap ook niet per se zeewater nodig hebben. Wel
hebben ze een goede waterkwaliteit nodig, met een hoog zuurstofgehalte.
Omdat warm water minder zuurstof kan bevatten dan koud water, moet het
zuurstofgehalte 's zomers extra in de gaten worden gehouden. In
tegenstelling tot andere vissen komen steuren niet naar het
wateroppervlak bij 'ademnood'. De beste indicatie is de
ademhalingssnelheid van de dieren, die omhoog gaat bij zuurstofgebrek.
Planten
De lichaamsbouw van steuren is erop gericht lange afstanden af te
leggen. Hun vinnen zijn echter veel minder beweeglijk als die van
andere vissen, wat maakt dat steuren niet achteruit kunnen zwemmen. Ook
zijn ze niet erg wendbaar. Ze kunnen dan ook gemakkelijk klem komen te
zitten in dichte beplanting. Grotere steuren kunnen zich met 'grof
geweld' vaak wel loswrikken, maar kleine exemplaren hebben hiervoor
niet voldoende spierkracht. In een goede steurvijver bevinden zich dan
ook nauwelijks waterplanten. Op diverse internetsites wordt aangegeven
dat steuren bijzonder gevoelig zijn voor gifstoffen die door bepaalde
planten worden afgescheiden, o.a. door slangenwortel (Calla
palustris).
Leeftijd
Steuren kunnen erg oud worden. Beroemd is de geschiedenis van een
sterlet die in 1883 als eenjarig dier aan Artis geschonken is en daar
tot 1953 heeft geleefd en dus ongeveer 71 jaar is geworden.
Externe
link:
Guide to the
identification of sturgeon and paddlefish: the
Law Enforcement Page (Engelstalig).