
Wetenschappelijke naam
Carassius auratus
Namen
van varieteiten en handelsnamen
Onder andere: blaasoog, buffelrug, hemelkijker, komeetstaart,
leeuwenkop, oranda, parelschub, ranchu, red cap, ryukin, sarassa,
shubunkin, sluierstaart en telescoopvis.
Regio van oorsprong
Azië
Volwassen afmeting
15-20 cm (max 35 cm)
Identificatie (wildvorm)
Wildtype goudvissen hebben een lange rugvin. Het zijn vissen met
relatief grote schubben, zonder baarddraden. Van boven gezien zijn ze
bruin. Worden ze boven water gehouden, dan reflecteren de schubben van
de flanken geelachtig.
Overeenkomstige soorten in Europa
Wildkleurige (bruine) goudvissen zijn uiterlijk meestal niet te
onderscheiden van giebels (Carassius gibelio).
Kroeskarpers hebben een hogere, meer rond gevormde rugvin en hebben ook
een hogere en wat 'rondere' lichaamsvorm.
Overeenkomstige vijvervissen
Karpers
hebben vier baarddraden. Goudvis
x karper kruisingen hebben meestal twee kleine baarddraden,
waarbij de ene vaak langer is als de andere.
Voedsel
Waterinsecten, kleine slakken, wormen maar ook zachte waterplanten.
Droogvoer wordt goed gegeten.
Zichtbaarheid in vijvers
Vooral tijdens zonnig weer brengen ze veel tijd door net onder het
wateroppervlak en zijn dan goed zichtbaar.
Geschiktheid voor vijvers
Goudvissen leven van nature in stilstaand en langzaam stromend water
met veel plantengroei. Ze zijn dan ook goed geschikt voor tuinvijvers.
Tijdens het voedselzoeken woelen ze door de bodem, waardoor een goede
filtering noodzakelijk is om het water helder te houden. Ook eten ze
zachte planten. In een goed beplante vijver kan een klein aantal
goudvissen de plantengroei niet teveel afremmen.
Rassen met een
verkorte en gebogen ruggegraat (b.v. sluierstaarten, leeuwenkoppen en
telescoopvissen) zijn erg kwetsbaar en daarom minder geschikt voor
tuinvijvers.
Minimumaantal
Goudvissen leven in groepen en daarom moeten minimaal 5 exemplaren
samen worden gehouden.
Goudvisrassen combineren?
De
verschillende rassen met een 'normale' lichaamsbouw zijn probleemloos
met elkaar te combineren (goudvis, komeetstaart, sarassa, shubunkin,
wakin). Rassen met een verkorte en gebogen ruggegraat zijn
kwetsbaarder en gevoeliger dan 'normaal gebouwde' goudvissen. Deze
rassen kunnen beter
binnenshuis in een meer beschermde omgeving worden gehouden. Het is ook
beter om deze rassen niet samen te houden met normaal gebouwde
goudvissen. De normaal gebouwde vissen zijn ze steeds voor bij het voer
en tijdens de paaitijd putten de normaal gebouwde vissen hun bolle
soortgenoten teveel uit.
Wanneer
verschillende goudvis-rassen zich met elkaar voortplanten is het
resultaat meestal gewone goudvissen: bruine goudvissen die later oranje
worden.
|
|
Losgelaten
goudvissen zijn in staat zich in de natuur te handhaven en zich massaal
voort te planten. Goudvissen beinvloeden de inheemse fauna sterk. Omdat
ze kikkervisjes en salamanderlarven eten, vormen goudvissen een grote
bedreiging voor amfibieën. Bovendien hybridiseren goudvissen
met inheemse kroeskarpers. In sommige regio's zijn zulke hybriden
algemener als zuivere kroeskarpers.
|
|
Externe links:
BRISTOL
AQUARISTS' SOCIETY Engelstalige
site met uitstekende informatie over goudvis-kweekvormen.
Atlas Dr. Pez
Spaanstalige site met een overzicht van goudvis-rassen.