
Wetenschappelijke naam
Pseudorasbora parva
Namen van varieteiten en handelsnamen
Forellenvisje, blauwbandgrondel, pseudorasbora
Regio van oorsprong
Azië
Volwassen afmeting
4-8 cm (max 11 cm)
Identificatie (wildvorm)
Een klein blijvend visje met een opvallend spitse kop. De bek is vrij
klein en duidelijk naar boven gericht (bovenstandig). Vaak is een
donkere streep langs de flanken zichtbaar.
Overeenkomstige vijvervissen
Dikkop-elrits heeft een veel rondere kop en duidelijk kleinere schubben.
Voedsel
Waterinsecten en kleine kreeftachtigen (o.a. watervlooien). Droogvoer wordt goed gegeten.
Zichtbaarheid in vijvers
Door de donkere kleur en doordat ze zich vaak in de buurt van de bodem ophouden zijn ze minder goed zichtbaar.
Geschiktheid voor vijvers
Blauwband komt van nature voor in stilstaand water met een dichte
plantengroei. Hierdoor zijn ze op zich goed geschikt voor tuinvijvers.
Ze kunnen zich in tuinvijvers explosief voortplanten.
Minimumaantal
Blauwbandjes leven solitair of in kleine groepjes en daarom is het niet nodig om er meerdere bij elkaar te houden.
Opmerkingen
Blauwband heeft zich in de afgelopen decennia over vrijwel heel Europa
weten te verspreiden. De soort blijkt zich uitstekend voort te planten
in kweekvijvers voor karpers en goudvissen. Ze komen dan ook vaak als
'bijproduct' met goudvis en karper mee. Doordat ze in korte tijd hoge
dichtheden kunnen bereiken en o.a. zeer jonge visjes en vis-eieren eten
hebben ze zeer waarschijnlijk een negatieve invloed op de inheemse
fauna. Losgelaten van 'overtollige' exemplaren moet dan ook dringend
worden ontraden.
Wanneer ze eten kunnen blauwbandjes goed hoorbare knappende geluidjes voortbrengen.
Ondanks de naam is de donkere streep op de flanken niet blauw. Donkergrijs is een betere omschrijving.