
Wetenschappelijke naam
Vimba vimba
Namen van varieteiten en handelsnamen
Geen, maar vaak wordt deze soort niet herkent en verkocht onder de handelsnamen die ook worden gebruikt voor sneep (nase, algeneter).
Regio van oorsprong
Oost Europa; Donaugebied
Volwassen afmeting
20-30 cm (max 50 cm)
Identificatie (wildvorm)
Een vrij slank gebouwde vis met een iets overstekend neusje. In de
voortplantingstijd worden volwassen mannetjes heel donker gekleurd en
krijgen een rode buik.
(Kleur) varieteiten
Geen
Overeenkomstige soorten in Europa
Sneep is wat slanker
en heeft een veel meer overstekende neus. Bovendien is de voorrand van
de onderkaak van sneep recht terwijl die van blauwneus rond is.
Overeenkomstige vijvervissen
Sneep
Voedsel
Vooral waterinsecten, wormpjes en kleine kreeftachtigen. Droogvoer wordt goed gegeten.
Zichtbaarheid in vijvers
Slecht zichtbaar: de dieren hebben van bovenaf gezien een donkere kleur en zwemmen vlak boven de bodem.
Geschiktheid voor vijvers
Blauwneus woelt tijdens het voedselzoeken door de bodem. Hierbij maken
ze het water troebel. Dat maakt ze voor de meeste tuinvijvers minder
geschikt.
Minimumaantal
Blauwneuzen leven in scholen en daarom zouden er minimaal 10 bij elkaar moeten worden gehouden. Ze vormen ook scholen met andere voorn-achtigen zoals sneep en blankvoorns enz.
Opmerkingen
In tegenstelling tot sneep eten blauwneuzen nauwelijks algen.
Blauwneus
is in Nederland niet inheems. Een enkele keer worden ze aangetroffen in
de grote rivieren. Deze dieren zijn waarschijnlijk in Duitsland
uitgezet ten behoeve van de sportvisserij. Wat ze voor effect hebben op
inheemse soorten is niet bekend.