
Wetenschappelijke naam
Pimephales promelas
Namen van varieteiten en handelsnamen
Mona lisa, gouden lisa, goud-elrits, waterlelievisje
Regio van oorsprong
Centrale en Oostelijke Verenigde staten
Volwassen afmeting
4-6 cm (max 8 cm)
Identificatie (wildvorm)
Een klein 'voornachtig' visje met ronde vinnen en een karakteristieke
donkere streep langs de flanken. De schubben zijn zo klein dat ze met
het blote oog nauwelijks zichtbaar zijn. De kop heeft een ronde (maar
niet bijzonder dikke) vorm.
(Kleur) varieteiten
Leucistisch (goud-elrits).
Overeenkomstige soorten in Europa
Europese elrits heeft als volwassen dier een onderbroken donkere streep langs de flanken.
Overeenkomstige vijvervissen
Blauwband heeft een vergelijkbare donkere streep langs de flanken, maar heet een zeer spitse kop en grotere schubben. Winde's en ruisvoorns hebben ook duidelijk grotere schubben.
Voedsel
Kleine exemplaren leven van waterinsecten en kleine kreeftachtigen (o.a. watervlooien). Droogvoer wordt goed geaccepteerd.
Zichtbaarheid in vijvers
Vooral de oranje vorm is goed zichtbaar. De wildvorm is minder goed zichtbaar door de donkere kleur.
Geschiktheid voor vijvers
Gezien de kleine afmeting is goudelrits met name geschikt voor vijvers
waarin geen grote vissen worden gehouden. In vijvers met veel
onderwaterplanten vindt vaak een explosieve voortplanting plaats.
Minimumaantal
Dikkopelritsen leven in scholen en daarom zouden er minimaal 10 bij elkaar moeten worden gehouden.
Opmerkingen
Dikkopelritsen hebben een Amerikaanse visziekte overgebracht op
Europese vissen. Met name zeelt en paling hebben hiervan sterk te
lijden. Voor algemene informatie over deze ziekte zie: Enteric redmouth Disease (Engelstalig).
Losgelaten
vijverexemplaren blijken zich o.a. in België in binnenwateren te
handhaven. Het is niet bekend welke problemen zij veroorzaken voor de
inheemse fauna.
Zo
nu en dan wordt verteld dat dikkopelritsen levendbarend zouden zijn.
Dit klopt niet: ze leggen eieren die door het mannetje worden bewaakt
totdat ze uitkomen. Voor karperachtige vissen is het overigens wel
bijzonder dat ze aan broedzorg (bewaking) doen.
Dikkopelrits wordt niet bijzonder oud. Vaak wordt een maximale leeftijd van ongeveer 3 jaar opgegeven.