Onderstaande tekst is geschreven voor waarneming.nl
In vrijheid levende parkganzen zijn
gedomesticeerde grauwe ganzen ( Anser anser ), gedomesticeerde
zwaanganzen, (bekend als knobbelganzen Anser cygnoides ) en hybriden
tussen beide.
Deze gedomesticeerde vormen zijn het
beste te herkennen door hun versterkte neiging om vet op te slaan:
meestal hebben volwassen exemplaren een duidelijke hangbuik.
Andere domesticatiekenmerken zijn:
- keelwammen (huidflap onder de kin),
- bonte en witte kleur (witte hebben blauwe ogen) en 'kaneelkleurige exemplaren' (met verminderde pigmentvorming).
- afwijkende lichaamshouding (met
name knobbelganzen en knobbelgans-hybriden houden hun lichaam vaak erg
rechtop i.p.v. horizontaal).
Specifieke kenmerken voor de oudersoorten zijn:
Zwaangans : zwarte snavel,
duidelijke donkere streep langs de achterrand van de nek, gladde
halsbevedering en bij gedomesticeerde vormen verder een duidelijke
knobbel op de snavelbasis en de al eerder genoemde verticale
lichaamshouding..
Grauwe gans : oranje snavel
(de nagel op de snavel is licht gekleurd), een erg onduidelijke donkere
streep langs de achterrand van de nek, duidelijk aanwezige 'geribbelde'
nek door specifieke veerstructuur, geen knobbel op de snavel maar soms
een knobbeltje bovenop de schedel. Mannetjes kunnen een iets verticale
lichaamshouding hebben.
Hybriden zijn vaak herkenbaar
aan de hand van een tweekleurige snavel (zwart en oranje gevlekt),
donkere streep op de nek gecombineerd met geribbelde halsveren en een
kleine snavelknobbel.
Anders dan bij eenden en duiven
blijven bij ganzen ook bij vrij levende exemplaren de afwijkende
proporties duidelijk aanwezig. Dit komt voornamelijk doordat de vrij
levende parkganzen tientallen jaren oud worden en dus niet gedurende
meerdere generaties aan natuurlijke selectie onderhevig zijn geweest.
Verder worden vrijwel alle gedomesticeerde ganzen gekenmerkt door de
zware lichaamsbouw en is er op dit punt dus weinig variatie onder de
founders (uitgangsdieren).
Parkganzen hybridiseren regelmatig
met andere ganzensoorten, het meest met grauwe ganzen (dezelfde
soort!). De hybriden tussen twee soorten uit het genus Anser zijn
meestal vruchtbaar en kunnen onderling kruisen en terugkruisen met de
oudersoorten. Hierdoor is de grens tussen parkganzen en grauwe ganzen
niet meer scherp te trekken. Onder andere komen exemplaren voor
met de lichaamsbouw van de grauwe gans maar met een kleur die van
parkganzen afkomstig is. Het is het beste om alle in kleur en/of
lichaamsbouw van de wildvorm van de grauwe gans afwijkende exemplaren
onder de noemer 'parkgans' samen te vatten.