Sluierstaarten kunnen verschillende kleurvarieteiten voorkomen.
Het meest algemeen zijn leucistisch (oranje) en calico.
Sommige sluierstaart-varieteiten blijken jonge leeuwenkoppen te zijn. Deze vissen krijgen een verdikte kophuid. Dit laatste is met name het geval met de zogenaamde red-cap (roodkapje).
In
verzorging verschillen sluierstaarten niet veel van 'gewone'
goudvissen. Toch moet met een paar van hun typische 'raskenmerken'
rekening worden gehouden:
De
verdubbelde staartvin maakt dat sluierstaarten relatief langzaam
zwemmen. Hun topsnelheid ligt nauwelijks hoger als hun normale
zwemsnelheid. Hierdoor zijn ze nauwelijks in staat om katten en andere
viseters te ontlopen. Vijvers en aquaria met sluierstaarten moeten dan
ook altijd katdicht beveiligd zijn.
Sluierstaarten
hebben een verkorte en gebogen ruggegraat en daardoor een bolle
lichaamsvorm. Deze vorm maakt wel dat ze in de ogen van andere
goudvissen lijken op kuitrijpe vrouwtjes. Mannetjes goudvissen kunnen
sluierstaarten achterna zitten in de hoop dat ze eieren gaan leggen.
Vanwege de dubbele staart kunnen sluierstaarten dit niet ontwijken. Om
deze reden is het beter sluierstaarten niet met 'enkelstaartige'
goudvissen samen te houden.
Sluierstaarten
kunnen door hun lichaamsbouw evenwichtsproblemen krijgen. Deze
problemen worden verergerd wanneer sluierstaarten van het
wateroppervlak eten en lucht inslikken. Om dit te voorkomen bestaat er
sluierstaart-voer wat niet blijft drijven.
Geschiktheid voor vijvers
De combinatie van eigenschappen maakt dat sluierstaarten gevoelige vissen zijn. Voor vijvers zijn ze minder geschikt. Een groot aquarium is beter geschikt als onderkomen.